NLD is een ontwikkelingsstoornis, meer bepaald een rechter-hemisfeerstoornis,
die niet altijd herkend wordt.
Men gaat er van uit dat er bij 10 % van de kinderen met leerstoornissen
sprake is van NLD. Maar het zouden er ook veel meer kunnen zijn want
de symptomen van NLD zijn nog niet lang bekend.
NLD wordt vaak verward met andere stoornissen, zoals AD(H)D, een aandachtsstoornis
met of zonder hyperactiviteit), PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder
- Not Otherwise Specified, een aan autisme verwante contactstoornis).
Want de symptomen van NLD vertonen karakteristieken die kunnen overlappen
met ADHD en PDD-NOS maar ook met OCD en Tourette Syndroom. Deze
kinderen hebben inderdaad een vorm van aandachtsstoornissen maar dan
wel op ruimtelijk – visueel vlak. En hun slecht beoordelingsvermogen
wordt dikwijls verward met impulsiviteit.
NLD kan worden gezien als een aanvullende diagnose die door andere
diagnoses heen kan lopen. NLD heeft in de eerste plaats betrekking op
de informatieverwerking. NLD gaat niet over met ouder worden, ook volwassenen
lijden er (vaak in stilte) aan. Toch valt er goed mee te leven mits
men bijtijds doorziet wat er aan de hand is. Een goede aanpak leidt
tot duidelijke resultaten.
Het NLD-syndroom werd pas in 1985 voor het eerst beschreven door
de Canadese neuropsycholoog Prof. Dr. Byron Rourke.
Voordat u verder leest
Meestal gaat NLD gepaard met andere stoornissen. Dit maakt dat de
onderkenning van NLD soms problematisch kan verlopen en daarom specialistenwerk
is.
Bedenk ook dat we allemaal wel eens last hebben van één
of meer van de hieronder genoemde problemen. Dan hoeft er nog geen sprake
te zijn van het NLD-syndroom. Bij een syndroom gaat het om een aantal
bij elkaar behorende verschijnselen die tegelijk optreden en de normale
ontwikkeling verstoren of belemmeren. NLD is een syndroom dat beschreven
wordt in de neuropsychologie.
De drie belangrijkste signalen die mogelijk kunnen duiden op NLD
zijn: het verbale IQ ligt beduidend hoger dan het performantiële
IQ (minstens 10 punten), lezen lukt altijd beter dan rekenen, onhandigheid
in sociale vaardigheden (vriendjes maken of houden is moeilijk)
Wat is NLD?
NLD is een afkorting van de Engelse term ‘Non-verbal Learning Disabilities’.
Letterlijk vertaald betekent dat ‘non-verbale leerstoornissen’ ofwel:
leerstoornissen die geen betrekking hebben op de taal. (Dyslexie bvb.
is een ‘talige’ leerstoornis).
In het algemeen kan men zeggen dat bij NLD drie belangrijke vaardigheden
problemen geven bij de informatieverwerking:
- de visueel-ruimtelijke vaardigheden
- de motorische vaardigheden
- de sociale vaardigheden
Dit alles heeft gevolgen voor:
- de ontwikkeling van het ruimtelijk inzicht;
- het overzien van delen en gehelen;
- de ontwikkeling van probleemoplossend vermogen;
- de ontwikkeling van sociale interactie
Een kind met NLD heeft geen moeite met de verwerking van wat het hoort.
Het heeft echter wél moeite om:
- te verwerken wat het ziet of voelt;
- nieuwe en ruimtelijke informatie te verwerken;
- verbanden te zien tussen allerlei verschijnselen;
- verbanden te zien in ingewikkelde situaties.
Het gevolg is dat de ontwikkeling op bepaalde gebieden achterblijft.
Het kind maakt zich wél auditieve en verbale vaardigheden eigen.
Het krijgt bijvoorbeeld een goede aandacht en een goed geheugen voor
het gesproken woord (auditief verbale informatie). Het kind neemt echter
te weinig visuele en tactiele informatie op.
Dat wil zeggen dat het te weinig informatie haalt uit wat je kunt zien
en voelen. Daardoor maakt het zich allerlei vaardigheden niet spontaan
eigen. Het kind heeft ook weerstand tegen veranderingen, want het heeft
meer moeite dan anderen om nieuwe informatie te verwerken. Het zal veel
aansporing en herhaling nodig hebben bij het ontwikkelen van nieuwe
vaardigheden.
Kenmerken van het kind met NLD op jonge leeftijd kunnen zijn:
- na soms een aanvankelijke stilstand of een traag op gang komen van
de spraak (bv. slechte articulatie), een snelle taal/spraakontwikkeling
in de peutertijd, waarbij het kind vaak zijn leeftijdgenoten overtreft;
- weinig exploratiedrang bij zeer jonge kinderen (veel zitten en kijken);
- moeite met het aanleren van routines (beheerst het kind ze eenmaal,
dan zit het er ook goed tot extreem goed in);
- moeite met herkennen van niet-verbale signalen (gebaren, gelaatsuitdrukkingen),
geen gezichten onthouden of ze verwarren met andere; zelf ook weinig
lichaamstaal of gelaatsexpressie gebruiken
- veel ‘gekke’ ongelukjes, vb. overal tegenaan botsen, vallen, struikelen,
dingen breken;
- een onhandige houterige motoriek, niet stabiel op de benen staan,evenwichtsproblemen,
leren fietsen duurt lang, tegen een bal trappen is moeilijk, hoogtevrees,
gemakkelijk van een stoel afvallen (deze kinderen zitten graag op
de grond);
- problemen met de fijne motoriek (knippen en plakken, veters knopen
(ze ‘praten’ zich soms door de handeling heen, verwoorden dus hardop
wat ze aan het doen zijn), het hanteren van mes en vork);
- een afkeer van puzzelen of van het spelen met constructiespeelgoed
of met senso-patisch materiaal (vingerverf, boetseerklei);
- angst voor nieuwe sociale situaties, dit schept verwarring, ze verdwalen
letterlijk en figuurlijk in de wirwar van indrukken, lijken soms ‘verloren’
op deze planeet; aanpassings-problemen, soms contradictorische, onvoorspelbare
reacties op gelijkaardige situaties;
- onverklaarbare uitingen van woede en angst;
- moeite met intonatie van spraak, monotoon spreken of op een zing-zang
toontje.
De kenmerken van het kind met NLD kunnen op de basisschoolleeftijd
als volgt evolueren:
- problemen met ruimte indelen, afstand houden van anderen, de plaats
die ze zelf in de ruimte innemen niet kunnen inschatten;
- geen zicht hebben op maten en gewichten, bv. : denken dat een deur
5 meter hoog is of dat een volwassene 15 kg. weegt, met ouder worden
betert dit;
- problemen met tijd, zowel klok als kalender, tijd moeilijk kunnen
inschatten, te laat komen, moeite om taken te plannen, om de dag in
te delen;
- problemen met overzicht, bijvoorbeeld in de gymzaal en het zwembad;
- problemen met de fijne motoriek, de pengreep, te hard duwen op de
pen, slechte oog-handcoördinatie;
- weerstand tegen schrijftaken, slecht tekenen, veel fouten bij het
overschrijven, extreem traag en/of onleesbaar schrijven, moeite met
tegelijk luisteren en noteren; een aanvankelijk krampachtig en slordig
handschrift kan na veelvuldig oefenen verbeteren;
- ondanks de sterke woordenschat geen samenhangend verhaal kunnen
vertellen of opstel schrijven (oppervlakkig, niet ‘to the point’ komen),
begrijpend lezen is zwakker dan mechanisch lezen en spellen;
- alles letterlijk nemen, weet niet wanneer hij/zij geplaagd wordt;
niet tussen de regels kunnen lezen;
- problemen met woorden die een dubbele betekenis hebben, grappen
en woordspelingen die bij de leeftijd horen niet begrijpen (moeten
hen uitgelegd worden);
- sarcastische, boze of vriendelijke ondertoon niet horen in anderen
hun stem (wanneer ouders boos of fier zijn op het kind moeten ze dat
‘woordelijk’ zeggen); zelf ook kortaf spreken;
- problemen met inzichtelijk rekenen (mechanisch rekenen wordt wél
aangeleerd), niet flexibel in het redeneren en het bedenken van oplossingen;
moeite met abstracte redeneringen;
- problemen om wat geleerd is te generaliseren;
- onophoudelijk praten en vragen stellen; onnatuurlijk oog-contact,
‘staren’ of de gesprekspartner weinig aankijken;
- afkeer van nieuwe activiteiten of nieuwe sociale situaties, snel
verdwalen, slecht oriëntatievermogen, hebben sterke visuele aanknopingspunten
nodig om de weg (terug) te vinden;
- gevaarlijk gedrag in het verkeer, geen dieptezicht, geen afstanden
kunnen schatten of inschatten;
- gebrekkige sociale vaardigheden, willen wel vrienden doch lukt niet;
soms te familiair met onbekenden;
- moeite met het leren zien van oorzaak-gevolg-relaties;
- opmerkelijk geheugen, bijna als een bandopnemer;
- depressie en angst.
Sociale gevolgen
Personen met NLD hebben vaak moeite met het volgen van een gesprek.
Leven in een wereld waar 65% van de communicatie op een niet verbale
manier gebeurt kan voor hen erg angstaanjagend zijn. Gelaatsuitdrukkingen,
gebaren en intonaties bepalen voor een groot deel wat er bedoeld wordt.
Het kind met NLD hoort enkel wat er gezegd wordt en moet uit deze resterende
35% informatie concluderen waarover de anderen het hebben.
Wanneer het zich in de conversatie mengt blundert het daardoor vaak,
of komt grof en onbeleefd over. Door alles letterlijk te nemen interpreteert
het ook sommige opmerkingen van ouders of leerkrachten verkeerdelijk.
Het krijgt dan een uitbrander: ‘Je weet goed genoeg wat ik bedoel!’
Maar dat weet het juist niet. Dit kind is ook zeer naïef in het
vertrouwen van anderen, het weet niet wanneer er tegen hem gelogen wordt
of wanneer men hem manipuleert. Wie vriendelijke woorden gebruikt is
ook vriendelijk, men is wat men zegt. Hij doorziet geen slechte intenties.
Het komt ook in dit kind niet op om zelf te liegen, zelfs niet om bestwil,
en wanneer ze iets mispeuterd hebben verraden ze zichzelf. Men moet
hen echt aanleren dat ze niet iedereen mogen vertrouwen, ze leren het
niet uit ervaring. Het risico voor plagen, pesterijen en zelfs mishandeling
is groot.
Jongeren en volwassenen met NLD hebben méér dan gemiddeld
te kampen met angststoornissen en depressies.
In een wanhopige poging om erbij te horen imiteren ze soms het gedrag
van anderen, vooral het stoere, soms delinquente gedrag van leeftijdgenoten,
zonder de consequenties in te schatten. Door de vele afwijzingen die
ze moeten incasseren gebeurt het dat ze mettertijd evolueren van te
open naar te gesloten.
Verwarring alom
Als kleuter zijn deze kinderen vaak hyperactief, waardoor ze zich in
allerlei situaties storten zonder de consequenties te doorzien. Ze zien
geen gevaren. Ze komen binnen de groep dikwijls alleen te staan, omdat
ze niet geaccepteerd worden door hun onvoorspelbare gedrag. Dit hyperactieve
gedrag verandert op ongeveer 5-jarig leeftijd in zeer wisselend gedrag
(extreem druk, extreem teruggetrokken). Naarmate ze ouder worden komt
steeds meer teruggetrokken, niet-actief gedrag voor.
Het komt vaak voor dat kinderen met NLD, zeker als ze heel jong zijn,
worden gezien als kinderen met een aandachtsstoornis of als
een kind met een pervasieve ontwikkelingsstoornis (bv. autisme). Het
zeer jonge kind kan door de geringe exploratiedrang namelijk wat apathisch
aandoen Tijdens de verdere ontwikkeling blijkt dat ze vaak moeite hebben
met het inschatten van sociale situaties. Dit gebeurt omdat het kind
moeite heeft de grote hoeveelheid visuele informatie in een dergelijke
situatie te verwerken. Ook het inschatten van gelaatsexpressies kan
daarbij problematisch zijn.
Ook praten ze voortdurend, ook door de andere conversaties heen, houden
monologen, vaak zonder oogcontact te maken. Ze ‘babbelen’ maar voort,
onderbreken het gesprek van anderen en begrijpen niet waarom men dan
boos op hen wordt. Dit leidt soms tot paranoïde toestanden: iedereen
is altijd tegen hen en ze weten niet waarom. Door deze emotionele neveneffecten
samen met het gebrek aan sociale vaardigheden zou men verkeerde diagnoses
kunnen stellen: ‘autisme-spectrumstoornis’ of ‘depressie’.
Het is echter zo dat wanneer je aan deze kinderen je gevoelens duidelijk
verbaal beschrijft, ze die dan ook begrijpen. Alles wat niet-verbaal
is moet hen uitgelegd en aangeleerd worden op zo jong mogelijke leeftijd.
Om een goede diagnose te stellen is het nodig om enerzijds goed te
kijken naar de gehele ontwikkeling van het kind en anderzijds om nader
onderzoek te doen om te bekijken of de specifieke kenmerken van NLD
aanwezig zijn.
Onderwijs
Zowel school als ouders hebben moeite om deze kinderen goed in te schatten.
Dat komt ook doordat kinderen met NLD relatief goede tot excellente
verbale vaardigheden hebben en een goed geheugen.
Vlugger, vlotter en beter praten en lezen dan gemiddeld wordt nu eenmaal
niet direct herkend als signaal voor een leerstoornis. Toch kan het
een teken zijn dat dit kind zijn niet - verbale tekorten aan het compenseren
is. Daardoor zetten ze ouders en deskundigen veelal op het verkeerde
been wat betreft hun mogelijkheden. Vaak worden kinderen met NLD dus
veel te hoog ingeschat en - vooral in het onderwijs - sterk overvraagd.
Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de emotionele stabiliteit. Het
kan leiden tot driftbuien, extreme koppigheid en angsten - klachten
die door veel ouders van een kind met NLD worden genoemd.
Het al of niet ontstaan van ernstige (emotionele) problemen blijkt
te maken te hebben met de ernst van de NLD. Maar ook met het vermogen
van de omgeving (ouders en leerkrachten) om aan de noden van het kind
tegemoet te komen.
Daarom is het van het grootste belang om NLD vroegtijdig te signaleren.
Eenvoudig is dat echter niet.
Zoals reeds gezegd zijn ze vaak erg intelligent en mede door hun rijke
woordenschat, hun sterk geheugen om stof te reproduceren (van buiten
leren) en vroege leesvaardigheid zijn de verwachtingen voor deze blijkbaar
begaafde kinderen hoog gespannen. Toch voelen ouders vrij vlug aan dat
er iets mis is: problemen met vriendjes, gebrekkige zelfredzaamheid,
aanpassingsmoeilijkheden, slechte fijne motoriek, het steeds missen
bij rekensymbolen zoals plus- en mintekens zijn de eerste, maar nog
niet alarmerende, signalen.
Meestal ‘hobbelen en botsen’ deze kinderen letterlijk en figuurlijk
door de eerste schooljaren. Vaak begint het pas flink uit de hand te
lopen vanaf het 5de studiejaar, waar van hen verwacht wordt
dat ze meer en meer zelfstandig werken.
Ze vergeten hun huiswerk te maken, lopen verloren, zijn met niets in
orde, kunnen geen opstel schrijven, en alhoewel ze in de lagere klassen
soms uitblonken in hoofdrekenen (dank zij hun geheugen) beginnen ook
hier problemen te rijzen. Ze snappen ook nooit wat de leerkracht bedoelt
en evenmin wat hun vriendjes bedoelen. Dit kan leiden tot woedeaanvallen
en opstandigheid. Zelfs affectieve bekrachtiging gaat dikwijls aan hen
voorbij, ze vangen de positieve signalen uit hun omgeving niet op en
weten dus ook niet wanneer ze wel goed bezig zijn.
Waarschuwing
Opgelet: al de bovengenoemde kenmerken vond men terug wanneer grote
groepen kinderen met NLD getest werden. Een individueel kind met NLD
hoeft deze verschijnselen niet allemaal te hebben. De symptomen van
NLD variëren van mild tot ernstig. Niet alle mensen met NLD hebben
ook alle symptomen. Sommigen beschikken over zeer goede sociale vaardigheden,
anderen hebben een scherp gevoel voor humor en kunnen abstracte redeneringen
best volgen. De meesten spreken niet op een monotone wijze of hebben
bvb. geen problemen met begrijpend lezen. Men moet personen met NLD
steeds individueel bekijken en voor ogen houden dat een mens geen statistiek
is.
NLD vaststellen
Een onderzoek naar NLD dient bij voorkeur te worden uitgevoerd door
een team van deskundigen. Bijna altijd is er een belangrijk verschil
tussen het verbale IQ en het performantiële IQ, waarbij het verbale
beduidend hoger ligt. Wanneer er een verschil is van 10-15 punten of
meer mag men aannemen dat er sprake is van een rechterhemisfeer stoornis.
Het verschil kan gaan tot 40 punten! (De verbale intelligentie zegt
iets over het verwerken van taal. De performantiële intelligentie
zegt iets over de verwerking van visueel-ruimtelijke informatie.)
Het is voor het onderzoek niet relevant of de scores op zich boven
of onder het normale liggen, het gaat enkel om het verschil tussen beide
scores. Andere signalen: rekenen is steeds slechter dan lezen, vrienden
maken gaat moeizaam.
Men maakt ook gebruik van betrouwbare (gevalideerde) vragenlijsten.
In de herfst van 1999 was men bezig met het ontwikkelen van een Nederlandse
NLD-schaal. Hieronder vindt u een Amerikaanse vragenlijst.
Vragenlijst door Dr. David B. Goldstein
Met deze vragenlijst kan men nagaan of bepaalde karakteristieken
van NLD aanwezig zijn.
De antwoorden kunnen zijn: nooit/zelden – soms - dikwijls/altijd
- ik weet het niet.
Motorische vaardigheden
- Mijn kind heeft problemen met evenwicht (vb. kon zeer laat of kan
helemaal niet fietsen) ……………..
- Heeft problemen met fijne motoriek (vb. veters knopen)………..
- Heeft problemen met schrijven of schrijft zeer traag …………
- Is ongewoon onhandig …………
Visueel - ruimtelijk
- Mijn kind heeft problemen met het onthouden of rangschikken van
visueel-ruimtelijke informatie, vb. getallen netjes onder elkaar zetten
bij een optelling, woordjes netjes op de lijn of op een rij schikken
……………
- Mijn kind ziet er verloren en verward uit in een nieuwe situatie
of omgeving…………….
- Mijn kind went traag aan een nieuwe omgeving, blijft zich erg lang
onwennig voelen ………………
- Mijn kind heeft moeite om de gezichten terug te herkennen van personen
die het ontmoet heeft ……………
- Heeft een geheugen als een bandopnemer ……………
- Geraakt snel de weg kwijt op straat of in gebouwen, moet op de weg
begeleid worden……….
- Mijn kind heeft uitzonderlijke verbale vaardigheden (sprak zeer
vroeg of heeft een indrukwekkende woordenschat)……………
Sociale vaardigheden en relaties
- Mijn kind snapt een grap, woordspeling of discussie dikwijls niet
omdat het alles te letterlijk opvat ………..
- In gezelschap van anderen heeft het moeite om niet - verbale signalen
op te vangen zoals een intonatie, vb.: ‘nu is het genoeg’ of een gelaatsuitdrukking.
…………….
- Mijn kind interpreteert alles wat ik zeg zeer letterlijk, vb.: wanneer
ik zeg ‘ je moet niet overal je neus insteken’ kijkt het verward,
‘loop even naar de winkel’ betekent voor hem niet hetzelfde als ‘ga
even naar de winkel’…………..
- Mijn kind heeft moeite om wat het in één situatie
geleerd heeft over te dragen op een gelijkaardige nieuwe situatie
of het lijkt in de war wanneer er kleine veranderingen plaatsvinden
in een bekende situatie………………..
Wanneer u volgende antwoorden gegeven heeft:
Motorisch: 3 maal soms of dikwijls/altijd
Visueel- ruimtelijk: 4 maal soms of dikwijls/altijd
Sociaal: 3 maal soms of dikwijls/altijd
dan is het zeker raadzaam een diepgaander neuropsychologisch onderzoek
naar NLD te overwegen.
Deze vragenlijst is echter maar een basisvoorbeeld gebaseerd op tamelijk
ernstige gevallen van NLD. Naarmate NLD meer bekend wordt, komen er
ook meer uitgebreide lijsten. Indien u, ondanks een negatieve score,
toch een vermoeden heeft dat het bij u of uw kind om NLD gaat, raden
wij u een diepgaander onderzoek aan. Vertrouw op uw instincten, ouders
‘voelen’ vaak dat er iets mis is, lang voor de diagnose gesteld wordt.
Secundaire gevolgen van het NLD-syndroom
Deze kinderen hebben vaak een afkeer van nieuwe situaties en verandering.
Deze weerstand tegen het opnemen en verwerken van nieuwe informatie
vormt een ernstige belemmering voor de voortgang in de ontwikkeling
van een kind. Worden de problemen niet tijdig herkend, dan mist een
kind ontwikkelingskansen en is er een risico op een ongewenste ontwikkeling. Secundaire
symptomen kunnen optreden, o.a. stress, angsten, paniekaanvallen, hyperventilatie
en fobieën.
Soms wil men deze kinderen dwingen of forceren tot de zelfstandigheid
die normaal bij hun leeftijd past. Maar dit kind mag nooit ‘gedumpt’
worden in een nieuwe situatie of setting, doch moet steeds grondig voorbereid
en begeleid worden. Dit is geen overbescherming maar een noodzaak. Het
zou zijn alsof je een kind dat niet kan zwemmen in het water werpt in
de hoop dat hij het dan wel zal leren. Het zal echter bijna zeker verdrinken.
Komt het NLD-syndroom vaak voor?
Men gaat ervan uit dat er bij ongeveer 10% van de kinderen met leer-
en gedragsstoornissen sprake is van het NLD-syndroom.De cijfers variëren
van 1/100 tot 1/1000. NLD is echter nog een relatief nieuw begrip en
niet alle hulpverleners kennen het. Ook heersen er onder wetenschappers
nog meningsverschillen over de manier waarop de diagnose moet gesteld
worden. Ook hier is een waarschuwing op zijn plaats. Ieder kind en elke
volwassene heeft sterke en zwakke kanten bij de informatieverwerking.
Meestal is dat geen probleem. Hoogstens ontwikkelt iemand hiermee een
favoriete leerstijl. Zo zal de één misschien een voorkeur
ontwikkelen voor een verbale (talige) manier van informatieverwerking.
Anderen zullen gaandeweg ontdekken dat ze het liefst leren door te
zien of te voelen. Het wordt pas ernstig als de ontwikkeling verstoord
raakt en het kind z’n zwakke kanten te veel verwaarloost. Op dat moment
moet een kind worden geholpen.
Enerzijds mag de diagnose NLD-syndroom dus niet al te vlug worden gesteld.
Maar we moeten zeker ook voorkomen dat de diagnose wordt gemist als
er wel degelijk een probleem is voor het kind en zijn ouders. Zoals
bij alle ontwikkelingsstoornissen moeten signalen van ouders niet lichtvaardig
in de wind worden geslagen. Beter ten onrechte bezorgd dan onterecht
de zorgen niet (tijdig) onderkennen!
Hulpverleners minimaliseren de problemen soms uit onwetendheid: ‘het
komt allemaal wel goed’. Bovendien helpt geruststellen vaak maar even.
Als er echt iets aan de hand is zal de ongerustheid spoedig weer de
kop op steken - met het gevaar dat ouders dan niet nogmaals aan de bel
durven trekken.
Hulp voor een kind met NLD
Voor het kind met NLD bestaat de hulp uit goede voorlichting aan ouders,
leerkrachten en hulpverleners die met het kind werken. Deze voorlichting
moet gericht zijn op de volgende twee basisprincipes bij de behandeling
van kinderen met NLD:
- Neem tegenover het kind een realistische houding aan: heb een open
oog voor zijn onvermogen; heb er begrip voor en houd er rekening mee.
- Ontwikkel een goed inzicht in de sterke en zwakke kanten van het
kind. Maak gebruik van zijn sterke kanten (goede verbale vaardigheden)
om de ontwikkeling van de zwakke kanten te stimuleren.
In het onderwijs zal bij voorkeur gewerkt moeten worden met verbale,
overzichtelijke, logische stap-voor-stap-methoden. Daarbij moet worden
uitgegaan van het delen naar geheel principe: het geheel moet vanuit
de delen worden opgebouwd, anders kan het kind het niet overzien.
Thuis kan men helpen door de tv aan te zetten zonder geluid om het
kind de niet verbale expressies op de gezichten te laten beschrijven
en samen te bespreken. Ook rollenspel en charades zijn nuttig.
Bij wie kunt u terecht?
- (sommige) artsen, met name psychiaters en neurologen;
- (sommige) revalidatiecentra;
- (sommige) schooladviesdiensten;
- (sommige) particuliere orthopedagogische/psychologische praktijken;
- (sommige) centra voor ontwikkelingsstoornissen.
Dit artikel is louter informatief en zeker niet volledig.
Wenst u meer te lezen over NLD dan bevelen we u dit boek aan:
Kaat Timmerman en Dominique Van der Schoot, Kinderen met
ruimtelijk-visuele problemen. Een beren-aanpak. Uitgeverij Acco,
Leuven/Amersfoort (1998). ISBN 90-334-3994-8
Dit is een boek voor ieder die werkt met kinderen die problemen
hebben bij de verwerking van ruimtelijk-visuele informatie, zoals kinderen
met NLD. De auteurs beogen deze kinderen een andere denk- en oplossingstrategie
aan te leren. Bedoeling is dat de kinderen hun tekorten bij de ruimtelijk-visuele
informatieverwerking leren compenseren.
In voorbereiding: Zo’n bijdehand kind. Balans Belang
uitgave over NLD. Info: Balans – De Kwinkelier 40 – 3722 AR Bilthoven
– Ndl. Tel. 00-31-30-229.22.04
Beschikt u over internet neem dan een kijkje op de zeer interessante
website van De Lantaarn, www.lantaarn.demon.nl alsook op www.nldontheweb.org
Bronnen:
Arga Paternotte ‘ Waarom speelt hij niet?’- Balans Belang – Nederland;
The source for nonverbal learning disorders by Sue Thompson;
Tera Kirk; Nonverbal learning disabilities, the syndrome and the model
by Byron Rourke - Guilford Press, New york,1989;
NLDline, Ldonline, Pamela T. Tanguay;
C.J. Smeets & M.C.W.M. van de Wiele.
NLD uit het leven gegrepen
Chantal, een meisje van 16 j. met NLD vertelt
Volgens mijn moeder sprak ik mijn eerste woordjes op 8 maanden. Toen
ik twee jaar was kende ik het alfabet en kon ik tot 20 tellen. Ik leerde
mezelf lezen voor ik 5 was. (Lezen voordat je 5 bent noemt men hyperlexie,
men ziet dit vaak bij NLD en ook bij sommige vormen van autisme.)
Ik had ook een fenomenaal geheugen voor liedjesteksten, gedichten en
nieuwe woorden. Ik kon zoals een papegaai hele bladzijden uit mijn geschiedenisboek
aframmelen. Ik had nooit moeite om data of definities te onthouden.
Mijn moeder heeft lang gedacht dat ik begaafd was en zeker niet leergestoord.
In werkelijkheid ben ik beide. Vreemde talen zijn voor mij geen probleem.
Rekenen ligt moeilijker. In de kleuterklas wist ik al hoeveel bvb. 5
plus 5 was of 3 min 2, maar de problemen begonnen toen we over de tientallen
gingen en ik moest ‘lenen’. Rekenkundige vaardigheden zetelen in de
rechter hersenhelft, daarom zal dat bij mensen met NLD zo moeilijk verlopen.
Toen ik klein was haalden mijn vriendjes steeds grappen met mij uit
waar ik telkens intrapte. Ik word nog dikwijls uitgelachen omdat ik
zo naïef en lichtgelovig ben. Ik neem alles wat ze me zeggen letterlijk.
Ik ‘staar’ ook dikwijls (men heeft zelfs even gedacht dat ik epilepsie
had. Mensen voelen zich vaak ongemakkelijk omdat ze denken dat ik hen
aan het aanstaren ben. Maar met staren compenseer ik de overvloed van
visuele stimuli die soms op mij afkomt: ik laat een rolluik neer.
Ik heb soms moeite om een voorwerp in mij op te nemen, te ‘zien’ dus,
ook al staat het pal voor mijn neus. Ook gezichten terug herkennen van
mensen die ik pas ontmoet heb is moeilijk. Wanneer ik ergens op bezoek
ga kan ik wel bepaalde details van het huis beschrijven maar een algemeen
beeld heb ik niet, hetzelfde geldt voor de kleren die iemand droeg.
Op motorisch vlak had ik problemen met veters knopen, aankleden (knopen!),
fietsen, knippen en tekenen.
Nu heb ik vooral last met STOFZUIGEN! (Je moet onthouden waar
je al geweest bent en waar niet.) Geld beheren, budgetteren en wijs
worden uit de verschillende muntstukken ligt mij niet. Ik heb soms ook
moeite om een film te volgen waar weinig in gesproken wordt, ben vlug
de draad kwijt.
Je zou mij best kunnen beschrijven als: verward, onhandig, roekeloos,
naïef, tegelijk slordig en perfectionistisch, traag, angstig, verbaal,
niet in staat om te leren uit ervaring, praatziek, fotografisch geheugen
voor onbenullige details, geen oriënteringsvermogen, maar ook…
heel verstandig!